Twee gezichten op één eiland
Feitelijk zijn het twee Mykonossen. Aan de zuidkust — Paradise, Super Paradise, Psarou, Paranga — draait het om bedjes, reserveringen en flessenservice. Verwacht hoge bedragen, vooral voor ligbedden en drank.
De rest is anders. Chora met zijn 16e–17e‑eeuwse stegen, Delos 2 kilometer ten zuidwesten, het binnenlandse Ano Mera en de noordoost- en noordkust zonder bedjes — dat is de andere Mykonos.
Chora: waarom je verdwaalt (en waarom dat goed is)
De stegen van Chora zijn geen toeval. S-bochten, smaltes, kleine pleintjes en korte zichtlijnen temmen de wind en — zo wil het verhaal — verwarden piraten. Jij verdwaalt even. Hoort erbij.
Little Venice — officieel Alefkandra — is een rij middeleeuwse huizen pal boven het water. Balkons hangen letterlijk boven zee. Overdag zie je de architectuur, ’s avonds is het vooral bar.
De Kato Mili‑windmolens liggen een paar minuten verder. Overblijfsel van de tijd dat wind werkte in plaats van stoorde op het strand. Populaire fotoplek; ga vroeg of laat voor rust.
Panagia Paraportiani bij Alona is een samengesteld kerkje: vijf kapellen over elkaar gebouwd tussen de 14e en 17e eeuw. Van buiten één wit beeldhouwwerk; binnen is meestal gesloten.
Delos: onbewoond, maar vol verhalen
Delos ligt 2 kilometer ten zuidwesten van Mykonos. In de mythologie de geboorteplaats van Apollo en Artemis; in het echt een UNESCO‑site (sinds 1990) zonder vaste bewoners — overnachten mag niet.
Bootjes vertrekken vooral in de ochtend vanaf de Oude Haven van Mykonos. Dienstregelingen, prijzen en openingsdagen wisselen per seizoen, dus check de officiële info vóór je plant.
Voor de hoofdzaken heb je 2–3 uur nodig: de Stoa van Filippus V, de Leeuwen van Naxos, de Apollotempel, mozaïeken en het gevoel van een heilig eiland dat ooit handels- én religieus centrum was. Neem water en een hoed mee; schaduw is schaars.
Ano Mera: de rustige binnenlanden
Ten oosten van Chora ligt Ano Mera, het belangrijkste binnenlandse dorp. Geen theaterdecor zoals Chora, geen herrie van de zuidkust. Juist daarom een fijne stop om te eten zonder vooral het uitzicht te betalen. Het Tourliani‑klooster (16e eeuw) staat aan het dorpsplein.
Stranden: welk strand past bij jou
Zuid — voor clubs: Paradise, Super Paradise, Psarou, Paranga. Strandbedden, muziek en hoge prijzen, zeker op piekdagen.
Zuid — met kinderen: Platys Gialos en Ornos. Georganiseerd maar rustiger. Busverbinding met Chora.
Noord — ruiger: Fokos, Mersini, Agios Sostis. Nauwelijks voorzieningen, meer wind, eigen vervoer nodig.
Oost: Lia, Kalo Livadi, Kalafatis — bredere stranden, vaak makkelijker te behappen dan de beroemdere zuidkust.
Vervoer: zo kom je rond
KTEL‑bussen rijden naar de hoofdstranden en Ano Mera. In augustus zitten ze ramvol; reken niet op het allerlaatste ritje.
Taxi’s zijn schaars en vaak op reservering. Huur van auto of scooter geeft vrijheid, maar prijzen schieten omhoog in het hoogseizoen. Voor de noordkust heb je eigen vervoer nodig. Chora is autovrij.
Aankomst: boot of vliegtuig
De luchthaven van Mykonos heeft vluchten vanaf Athene en in het seizoen veel directe verbindingen met Europese steden. Tarieven lopen snel op naarmate de datum nadert.
Met de veerboot: kijk naar Piraeus en Rafina. Rafina is vaak handiger voor Mykonos, zeker als je vliegtijden wilt koppelen. Vanaf Ioulianou 50 is Piraeus het makkelijkst met Lijn 1 vanaf Viktoria.
Kosten en timing
Juli en augustus zijn het duurst en het drukst. Kamers, vervoer, strandbedden en restaurants stijgen fors. Het meltemi waait stevig, vooral aan de noordkust.
Juni en september zijn vaak slimmer. Het eiland leeft volop, de kans op normale prijzen is groter en wegen en stranden voelen minder opgejaagd.
Proef iets lokaals
Kopanisti is het PDO‑kaasje van Mykonos — pittig, zout, uitgesproken. Lekker op brood of paximadi (geroosterd broodje). Louza is gedroogd varkensvlees, flinterdun gesneden; typisch eilandcharcuterie.
Je vindt beide in kleine zaken in Chora en in Ano Mera, vaak vriendelijker geprijsd dan aan het strand.
Bronnen
— Kathy